De dagen vliegen voorbij, na Penang bezochten we de hoofdstad van Maleisië, Kuala Lumpur. Ook hier kan je niet naast de rijkdom kijken, wolkenkrabbers, dure winkels, koopcentra, business towers, enz. We zijn daar pas donderdagmiddag toegekomen met de luxe autocar. Na een goed middagmaal en het zoeken van een goedkope jeugdherberg, vulde we de namiddag met een wandelingetje langs enkele mooie gebouwen en doorheen Little India (in onze Lonely Planet gids stond een interessante wandeling). De dag was gauw voorbij en we wilden op tijd in ons bedje om de dag erop nog ten volle van Kuala Lumpur te genieten. Wat we echter pas die avond zelf ontdekten, was dat we in een uitgaansbuurt voor rijke mensen terecht gekomen waren. Tegen de avond veranderde het straatbeeld volledig, alle gesloten rolluiken gingen open, dure restaurants en mooie bars werden zichtbaar, met de nodige avond en nacht sfeer. We konden mee feesten op het ritme van de muziek in ons bed (net boven zo’n bar!).
Vrijdag gingen we naar de drukke city square, waar de wereldberoemde Petronas Twin Towers staan. Dit gigantisch shopping centrum was wel aangenaam en gaf een schril contrast met de voorbije weken in Thailand. We konden gratis tickets bemachtigen (elke dag geven ze er 1400 weg) en mochten de brug bezoeken die de torens met elkaar verbindt. Van hieruit hadden we een prachtig uitzicht over de stad. ’s Avonds deden we een poging om nog een andere toren te betreden, die een prachtig uitzicht zou geven op deze twin towers by night. Maar eens aangekomen was de inkomprijs ons net iets te veel om juist een paar mooie foto’s te kunnen nemen. Diezelfde vrijdagavond namen we de nachtbus (luxe-car) richting Mersing (waar we nog een Jungle tocht wouden doen in een nationaal park).
Het is 4 uur ’s nachts, plots stopt de bus! “We zijn er”, roept de bus-chauffeur. Compleet verbijsterd worden we wakker, onze bus zou er pas om 6 uur ’s ochtends zijn (volgens de ticketverkoper in Kuala Lumpur). Helaas, daar staan we dan, in Mersing om 4u ’s nachts in een verlaten busstation.
Gelukkig konden we de tijd doden met een filmpje op mijn mini netbook. Geleidelijk kwam het leven daar op gang en binnen de kortste keren wist iedereen in het busstation (of in het hele dorpje (?)) dat er 3 gestrande blanken zaten. We namen een kijkje in het Backpackers Hostel, van waaruit ook de Jungle treks mogelijk waren, maar dit viel erg tegen. Voorts regende het en was het seizoen voor de Jungle tochten daar bijna gedaan. Deze vaststelling in combinatie met de opgelopen vermoeidheid, deed de interesse in de Jungle tocht verdwijnen en namen we reeds tegen 8u ’s morgens de bus verder richting Johor Barhu (de laatste stad voor Singapore). Onze zaterdag en zondag werden verder gevuld met het uitslapen, rondslenteren, inkopen doen en het maken van een eerste planning voor Singapore en Australië. Ook in Johor Barhu leek het dat velen voor het eerst blanke mensen zagen.
Maandag, 2 november, Singapore! Om uit Maleisië te geraken moesten we in een gigantisch terminal een stempel halen (25 minuten hebben we gewandeld van de ene kant naar de andere!) Het leek bijna een vliegtuigterminal, maar dan met bussen. Zonder problemen Singapore binnengeraakt en snel onze jeugdherberg gevonden. Onze namiddag was goed gevuld met een bezoek aan het Asian Civilisation museum. Een avondwandeling langs de Singapore River, rustig en mooi verlicht, was een goede afsluiter voor onze eerste dag in het propere, gestructureerde en gedisciplineerde Singapore!




